Locatie: biografie Simon Carmiggelt - geschiedenis vd school - School

Biografie van Simon Carmiggelt

biografie_bijlage_1.gifWilt u meer weten over het leven van de naamgever van onze school ?
Er is een zeer uitgebreide website online met een bi(bli)ografie van Simon Carmiggelt.
Met dank aan de maker van deze pagina: Mats Beek uit Veenendaal.


Hieronder is ook een korte biografie van Simon Carmiggelt beschikbaar.

 


 

Korte biografie van Simon Carmiggelt

biografie_bijlage_2.gifSimon Carmiggelt ('s-Gravenhage 1913 – Amsterdam 1987) werd enkele jaren voor de Tweede Wereldoorlog journalist en ontwikkelde zich tot een der meest vooraanstaande publicisten van Nederland. Hoewel zijn werk de hedendaagse lezers kennelijk weer wat minder aanspreekt, waren zijn verhalen in de jaren vijftig, zestig en zeventig ongekend populair bij vrijwel alle lezers.

Hij was sinds 1946 vast medewerker aan Het Parool (aan welke verzetskrant hij in de oorlog meewerkte) en publiceerde hierin dagelijks en na zijn pensionering wekelijks een Kronkel (zijn pseudoniem als columnist). Zijn Kronkels getuigen van een goed waarnemingsvermogen, een trefzekere stijl en een zwaarmoedige visie op het leven. Als realist ziet hij het leven als een verrassende botsing van illusie en werkelijkheid. In feite is dat ook het wezen van de humor. Zijn humor stemt zeker niet alleen vrolijk. Het is vooral de ‘kleine man’ die zijn sympathie heeft, en voorts kinderen en huisdieren. Een keuze uit zijn Kronkels verscheen regelmatig in boekvorm.

Een aardig voorbeeld van zijn schrijfstijl volgt hieronder. Omdat een Kronkel wel wat veel ruimte zou vragen heb ik gekozen voor een gedicht van Carmiggelt, hij publiceerde zijn gedichten onder de naam Karel Bralleput.

DE HUMORIST

Als knaap heb ik mijn eerste grap verzonnen
Mijn moeder riep: ’Dat wordt een humorist.
‘De brave vrouw. Zij heeft zich niet vergist.
Een schelmse carrière was begonnen.

O, in de aanvang ging het somtijds stroef
en viel de kwinkslag wel eens in het water.
Die vroege gein!. ‘k Moest erom lachen, later.
Want zelfs herinnering stemt mij niet droef.

Al schaterend schiep ik een klein bedrijfje,
waar de cliënt een mopje kan bestellen.
Ik scherts maar voort. Ik kan ze niet meer tellen.
Bij dag of nacht – ik bak een vrolijk schrijfje.

Al mijn agressies kan ik in dit vak
profijtelijk tot jeukpoeder vermalen.
Maar zou ik daarbij wel de tachtig halen?
Als dat gelukt, ben ik een monter wrak.

 

biografie_bijlage_3.gif     biografie_bijlage_4.gif

Aanraders voor een leeslijst:

Vijftig dwaasheden (1940); Allemaal onzin (1948); Tussen mal en dwaas (1949); 
Klein beginnen (1950); Poespas (1952); Ping-pong (1954); Vliegen vangen(1955); Haasje over (1957); 
Een toontje lager (1959); Duiven melken (1960); Een stoet van dwergen (1961; bloemlezing.); 
Kroeglopen (1965); Fluiten in het donker (1966).

Bron: http://www.collegenet.nl